ReflexintegratieReflexen uitgelegd

Voetreflexen

Voetreflexen (algemeen)

De voeten zijn als het ware de ankers van het lichaam.

Via de voetzolen krijgt het lichaam voortdurend informatie: waar is de grond, hoeveel druk is er, hoe stevig sta ik, waar moet ik bijsturen? Onder de voetzool zitten veel gevoelige punten en zenuwuiteinden die helpen bij staan, lopen, balans en houding.

Alsof het lichaam via de voeten voelt: hier is de grond, hier vind ik steun, hier kan ik mijn balans bewaren.

Hoe werkt deze reflex?

Binnen reflexintegratie wordt gekeken naar verschillende voetreflexen en reacties vanuit de voetzool. Die helpen het lichaam om contact te maken met de ondergrond en om houding, evenwicht en beweging af te stemmen.

De voeten geven als het ware steeds kleine berichten door aan het lichaam. Ze vertellen of je stevig staat, of je gewicht goed verdeeld is en of je moet bijsturen. Dat is belangrijk voor leren staan, lopen, rennen, springen en balans houden.

Je kunt het vergelijken met lopen over het strand. Op hard zand loop je anders dan op zacht zand, schelpjes of natte vloedlijn. Je voeten voelen steeds wat er onder je gebeurt en helpen het lichaam om de koers aan te passen.

Wanneer de reacties vanuit de voeten niet soepel zijn afgestemd, kan het lichaam moeite hebben met stevig staan, vloeiend lopen of balans houden.

Signalen van een nog actieve reflex

  • Wanneer voetreflexen niet soepel geïntegreerd zijn, kan het lichaam moeite hebben met gronding, balans en controle.
  • Moeite met balans
  • Wisselende of onhandige gang
  • Onzeker staan of lopen
  • Vaak struikelen of wiebelen
  • Bedplassen
  • Zindelijkheidsproblemen of ongelukjes na de gebruikelijke zindelijkheidsleeftijd

Voorbeelden uit de praktijk

Een kind heeft nog regelmatig ongelukjes, terwijl het al langere tijd de zindelijkheidsleeftijd voorbij is. Dat kan veel schaamte geven. Het kind wil het graag goed doen, maar het lichaam lijkt de signalen nog niet altijd op tijd te herkennen of te sturen.