ReflexintegratieReflexen uitgelegd

Crawling

Crawling (kruipreflex)

De Crawling-reflex kun je zien als een vroege kruip- en zwemreflex van het lichaam.

Wanneer een pasgeboren baby op de buik ligt, kunnen armen en benen al kleine kruipende of zwemmende bewegingen maken. Het lichaam oefent dan met links en rechts, duwen en trekken, zoeken en vooruitkomen.

Alsof een klein kind aan de vloedlijn leert bewegen met het ritme van de golven: ik zet af, ik reik vooruit, ik vind mijn weg.

Hoe werkt deze reflex?

De Crawling-reflex is vanaf de geboorte aanwezig. Wanneer een baby op de buik wordt gelegd, kan het lichaam als vanzelf bewegingen maken die lijken op zwemmen of kruipen.

Deze vroege bewegingen bereiden het lichaam voor op het latere kruipen op handen en knieën. Kruipen is belangrijk omdat daarbij beide kanten van het lichaam samenwerken: linkerarm met rechterbeen, rechterarm met linkerbeen. Dat noemen we ook wel kruislingse beweging.

Je kunt het vergelijken met roeien: beide kanten moeten samenwerken om vooruit te komen. Als links en rechts elkaar goed vinden, ontstaat er richting, ritme en balans.

Binnen reflexintegratie wordt kruipen vaak gezien als een belangrijke fase voor samenwerking tussen de twee lichaamshelften en voor de ontwikkeling van coördinatie, ruimtelijk inzicht en lichaamsbesef.

Niet ieder kind dat weinig of niet gekropen heeft, krijgt later problemen. Sommige kinderen vinden een andere route in hun ontwikkeling. Maar wanneer kruipen is overgeslagen én er later meerdere signalen zichtbaar zijn, kan het zinvol zijn om breder te kijken naar motoriek, balans en samenwerking tussen links en rechts.

Signalen van een nog actieve reflex

Wanneer deze reflex of het kruipprogramma nog niet soepel is geïntegreerd, kan het lichaam moeite hebben met samenwerking tussen links en rechts. Alsof de roeispanen niet helemaal gelijk door het water gaan.

  • Niet of nauwelijks gekropen als baby
  • Moeite met coördinatie
  • Minder goed evenwicht
  • Zwakker ruimtelijk inzicht
  • Links en rechts door elkaar halen
  • Reisziekte of misselijkheid bij beweging
  • Angsten of onzekerheid bij bewegen
  • Gevoeligheid of allergieachtige klachten

Voorbeelden uit de praktijk

Een kind heeft als baby nauwelijks gekropen en ging al snel staan. Nu zit het in groep 5 en haalt het links en rechts nog regelmatig door elkaar. Op papier, in de gymzaal en in het verkeer kost richting kiezen veel aandacht. Alsof het innerlijke kompas nog wat oefening nodig heeft.
Een kind beweegt onhandig tijdens gym. Rennen, klimmen, vangen of balanceren lukt wel, maar het kost veel energie. Links en rechts werken nog niet altijd vanzelf samen, alsof de roeispanen soms uit de maat raken.
Een volwassene wordt snel wagenziek op de achterbank. De beweging van de auto, het kijken uit het raam en het gevoel van balans komen niet makkelijk samen. Het lichaam raakt van koers, alsof de zee ineens woeliger wordt dan verwacht.

Filmpje ter illustratie

Filmpje van een externe bron (YouTube). Bekijk het op eigen gelegenheid - Simone heeft het uitgekozen ter illustratie, maar is niet de maker ervan.