ReflexintegratieReflexen uitgelegd
FTGFTG (Foot Tendon Guard)
De Foot Tendon Guard kun je zien als een beschermende spanningsreactie van het lichaam.
Bij stress, spanning of een gevoel van dreiging kan het lichaam zich klaarmaken om snel te reageren. De voeten, kuiten en benen kunnen dan meer spanning opbouwen, alsof het lijf alvast in de startblokken gaat staan.
Binnen reflexintegratie wordt de Foot Tendon Guard beschreven als een reactie op fysieke of emotionele stress, waarbij vooral de voet, achillespees, kuit, hamstrings en soms de hele achterlijn van het lichaam betrokken kunnen zijn. Sommige bronnen noemen dit liever een stressrespons dan een echte primitieve reflex, omdat het geen klassiek babyreflexpatroon is zoals bijvoorbeeld de Moro-reflex.
Alsof het lichaam voelt: ik moet klaarstaan, ik moet kunnen vluchten, ik mag nog niet zakken in rust.
Hoe werkt deze reflex?
Wanneer het zenuwstelsel gevaar of spanning ervaart, kan het lichaam zich voorbereiden op actie. De spieren en pezen aan de achterkant van het lichaam kunnen aanspannen. Vooral de voeten en kuiten kunnen dan actief worden.
Je kunt het vergelijken met een kind dat op het strand staat en elk moment denkt dat er een grote golf aankomt. Het zet zich op de tenen, houdt het lijf gespannen en is klaar om weg te rennen.
Dat is heel helpend als er echt gevaar is. Maar wanneer het lichaam vaak of langdurig in deze stand blijft staan, kan rust moeilijker worden. Dan lijkt het alsof de voeten het anker niet helemaal durven laten zakken.
Binnen reflexintegratie wordt gekeken of deze spanningsreactie soepel kan schakelen: aan wanneer het nodig is, en weer uit wanneer het veilig is.
Signalen van een nog actieve reflex
Wanneer de Foot Tendon Guard vaak actief is, kan een kind moeite hebben met ontspannen staan, lopen, bewegen of coördineren. Alsof het lichaam steeds op het punt staat om weg te rennen.
- Veel of langdurig op de tenen lopen
- Gespannen voeten, kuiten of benen
- Moeite met leren fietsen
- Wisselende coördinatie
- Onzekerheid in balans of bewegen
- Moeite met soepel landen op de hakken
- Een lichaam dat snel in spanning schiet
- Laat op gang gekomen praten of moeite met articulatie
Voorbeelden uit de praktijk
Een kind loopt al jaren vaak op de tenen. Niet alleen tijdens spel of spanning, maar ook gewoon in huis, op school of tijdens het wandelen. Lichamelijk lijkt het niet meer nodig, maar het lijf kiest telkens weer voor die hoge, gespannen stand.
