ReflexintegratieReflexen uitgelegd
PavlovPavlov / Oriëntatiereflex
De oriëntatiereflex is de natuurlijke reactie van het lichaam op iets nieuws of onverwachts.
Een geluid, beweging, lichtflits, geur of verandering in de omgeving kan ervoor zorgen dat het lichaam even stopt en de aandacht zich richt op wat er gebeurt. Het is de reflex van: “Wat is dat?”
Alsof een kind aan de vloedlijn ineens iets ziet glinsteren in het zand: ik merk iets op, ik kijk ernaar, ik onderzoek of het veilig is.
Hoe werkt deze reflex?
De oriëntatiereflex is een normale en belangrijke reactie van het zenuwstelsel. Hij helpt ons om nieuwe of opvallende prikkels op te merken en onze aandacht daar even naartoe te brengen. Pavlov noemde dit ook wel de “What is it?”-reflex; in de wetenschap wordt meestal gesproken over de orienting response of oriëntatiereactie.
Wanneer iets nieuw is, richt het lichaam zich erop. De ogen kijken, de oren luisteren, de adem kan even veranderen en het lichaam beoordeelt: is dit interessant, veilig, spannend of bedreigend?
Als een prikkel vaker terugkomt en onbelangrijk blijkt, went het lichaam er meestal aan. De reactie wordt dan kleiner. Dat heet gewenning of habituatie.
Binnen reflexintegratie wordt gekeken of deze oriëntatiereactie soepel verloopt. Nieuwsgierigheid is dan als een open blik naar de horizon: het kind merkt iets op, onderzoekt het en kan daarna weer verder. Wanneer het lichaam nieuwe prikkels vooral als spannend of bedreigend ervaart, kan nieuwsgierigheid plaatsmaken voor terugtrekken, vermijden of onrust.
Signalen van een nog actieve reflex
Wanneer de oriëntatiereactie niet soepel verloopt, kan een kind moeite hebben met nieuwe situaties, onverwachte prikkels of veranderingen. Alsof elke onbekende golf eerst als mogelijk gevaar wordt gezien.
- Angst voor nieuwe situaties
- Moeite met veranderingen of onbekende plekken
- Weinig initiatief of weinig durven ontdekken
- Snel opgeven wanneer iets spannend of nieuw is
- Hyperactiviteit of onrust bij veel prikkels
- Bang zijn in het donker
- Steeds dezelfde veilige plek of hetzelfde patroon opzoeken
Voorbeelden uit de praktijk
Een kind staat op het schoolplein en zoekt steeds dezelfde plek op. Daar is het overzichtelijk en voorspelbaar. Andere kinderen rennen, roepen en nodigen uit om mee te doen, maar het kind blijft liever aan de rand.
Niet omdat het geen interesse heeft, maar omdat het nieuwe spel, de drukte en de onverwachte bewegingen nog voelen als een onbekende zee.
Filmpje ter illustratie
Filmpje van een externe bron (YouTube). Bekijk het op eigen gelegenheid - Simone heeft het uitgekozen ter illustratie, maar is niet de maker ervan.
