Stapel stenen in natuurlijke rangorde, ieder op zijn eigen plek

Systemisch werkenDe drie principesOrdening

~ Principe ~

Ordening

Het tweede principe gaat over de natuurlijke rangorde. Tijd geeft positie: ouders gaan voor kinderen, het oudste kind gaat voor het jongste, een eerste partner gaat voor een latere. In een organisatie geeft anciënniteit, functie en expertise positie. Iedereen heeft een plek, maar niet iedereen op dezelfde plek.

Hoe werkt dit principe?

Wanneer de ordening verschuift - bijvoorbeeld als een kind onbewust een 'partnerrol' richting een ouder krijgt, of een werknemer doet stiekem het werk van zijn leidinggevende - ontstaat overbelasting bij wie te veel draagt en machteloosheid bij wie eigenlijk de plek had. Er is dan weinig rust totdat ieder weer op zijn eigen plek staat. Kinderen voelen vaak feilloos aan als de ordening is verstoord.

Signalen wanneer dit principe verstoord is

  • Een kind dat zich verantwoordelijk voelt voor het geluk van een ouder
  • Volwassenen die zich klein of juist te groot voelen in hun werk
  • Het idee 'ik moet mijn ouders redden' of 'mijn kind redden'
  • Dezelfde patronen in opvolgende generaties
  • Ruzies of impasses in een team waarin niet duidelijk is wie waarover gaat
  • Moeite met grenzen, of jezelf naast iemand zetten die hierarchisch elders staat

Voorbeelden uit de praktijk

Een tienerzoon trekt zich het verdriet van zijn moeder zo aan dat hij zelf nauwelijks meer plezier ervaart. In de opstelling zien we dat hij zich naast haar heeft gezet als 'partner', terwijl zijn plek als kind anders is. Het terugzetten op zijn eigen plek geeft hem ruimte.
Een leidinggevende voelt zich constant ondermijnd. Bij een teamopstelling blijkt dat hij eerder werkte op de plek waar nu een collega zit. Door hem expliciet te erkennen voor zijn verleden en zijn nieuwe rol te bekrachtigen, valt de strijd weg.

Hoe een opstelling helpt

  • Zichtbaar maken wie waar staat in het systeem
  • Een kind of medewerker terugzetten op de eigen, juiste plek
  • De last die niet bij iemand hoort teruggeven aan wie 'm wel hoort te dragen