Een lachend jongetje op een loopfiets in een herfstlandschap, met zijn moeder en twee honden op het pad achter hem.
← Terug naar blog

Hé jij, hoe heet jij?

Het is een stralende herfstavond en na een lange dag werken besluit ik nog even een blokje om te gaan. Even naar buiten, de frisse lucht in en de dag langzaam achter me laten terwijl ik geniet van het zachte licht van de avondzon en dan zie ik jou in de verte aankomen. Een klein jongetje van een jaar of drie op een loopfiets. Met grote open ogen en een lach van oor tot oor fiets je dapper voorop, alsof de hele wereld daar voor je openligt en er onderweg nog zoveel te ontdekken valt.

Een stukje voor mij uit loopt een hardloper. Ik ken hem niet en heb geen idee hoe hij heet, maar daar komt zo verandering in. Terwijl hij dichter bij jou komt, zet jij jouw voeten op de grond en blijf je staan. Je kijkt hem aan met die heerlijke stralende lach en vraagt zomaar: ‘Hé jij, hoe heet jij?’ ‘Ik ben Robert’ antwoordt de man. En dan ben ik aan de beurt, terwijl jij nog altijd op je loopfiets staat en met diezelfde open blik naar mij kijkt. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is om iedereen die je onderweg tegenkomt even aan te spreken en te ontdekken wie er achter dat gezicht schuilgaat.

‘Hé jij, hoe heet jij?’
‘Ik ben Simone’ zeg ik ‘En wie ben jij?’
‘Ik ben Morris!’

Je straalt van oor tot oor en we lachen en zwaaien naar elkaar. Inmiddels heb ik jouw mama in de verte al zien aankomen, met twee honden wandelt zij een stukje achter je aan terwijl jij daar op je kleine loopfiets zo heerlijk onbevangen de wereld aan het ontdekken bent.

Dappere dodo.

En daar gingen we weer. Robbert verder met zijn hardlooprondje en ik met mijn wandeling terwijl jij op je loopfiets jouw eigen weg vervolgde, met mama en de twee honden een stukje achter je aan. Ieder weer zijn eigen kant op en toch was er in die paar ogenblikken iets gebeurd waardoor ik merkte dat ik nog steeds met een glimlach op mijn gezicht verder liep.

Robert, Morris en Simone.

Drie mensen die elkaar een paar tellen daarvoor nog helemaal niet kenden en die dankzij jou ineens een naam en een gezicht bij elkaar hadden gekregen. En terwijl ik verder wandel, moet ik denken aan hoe gemakkelijk wij elkaar tegenwoordig voorbijlopen, hoe we allemaal zo druk kunnen zijn met onze eigen bezigheden en hoe weinig we elkaar soms nog werkelijk aankijken. We leven steeds meer in onze eigen wereld terwijl er juist zoveel moois te vinden is in het contact met de mensen om ons heen, in het elkaar even zien en ontmoeten, gewoon van mens tot mens.

En dan ben jij daar, Morris, een jongetje van rond de drie jaar dat met een vanzelfsprekendheid waar wij grote mensen nog heel wat van kunnen leren zomaar contact maakt met twee volslagen vreemden. Zonder erbij na te denken of er iets van te verwachten, gewoon omdat je nieuwsgierig bent naar wie je onderweg tegenkomt. Juist dat raakt me, omdat ik geloof dat we als mensen ten diepste met elkaar verbonden zijn en dat er iets heel wezenlijks gebeurt wanneer we elkaar werkelijk ontmoeten. Daar is zo weinig voor nodig en toch lijkt het iets wat we onderweg steeds vaker uit het oog verliezen en jij laat op deze stralende herfstavond zien hoe eenvoudig het eigenlijk kan zijn. Je kijkt iemand aan, vraagt hoe hij heet en maakt zomaar verbinding, zo open, zo puur en zonder enige terughoudendheid.

En daar ging je weer op je loopfiets, de wereld tegemoet.

Afbeelding gemaakt met behulp van AI en DALL·E.