
Als de takken buigen
Ik zit heerlijk buiten in het zachte herfstzonnetje met een warme kop thee in mijn handen. Boven mijn kopje kringelt de damp omhoog, iets wat in de zomer nauwelijks zichtbaar is. De zon verwarmt nog mijn gezicht maar de lucht voelt al wat koeler en ik trek mijn vest iets dichter om mij heen. Voor mij staat de appelboom met zijn grote rode appels, waarvan de glanzende wangen worden gekust door het lage herfstlicht. Sommige takken buigen diep door onder het gewicht van al die vruchten: wat een rijkdom.
In het voorjaar stond deze boom nog vol bloesem en al die maanden heeft hij met behulp van de zon, de regen en de voeding uit de aarde zijn appels laten groeien. Nu hangen ze daar, vol en rijp, klaar om geplukt te worden.
Terwijl ik zo zit te kijken verwonder ik mij over hoe de natuur ons steeds weer iets laat zien over onszelf. Wij maken er immers deel van uit. Ook wij zijn natuur en kennen de tijd van groeien en bloeien, van vruchten dragen en van loslaten.
De herfst nodigt mij ieder jaar weer uit om wat meer naar binnen te keren en stil te staan bij mijn eigen oogst: 'Wat heb ik de afgelopen tijd met liefde en aandacht laten groeien? Waar heb ik geduld voor gehad en welke vruchten mag ik daar nu van plukken?' Niet iedere vrucht is zichtbaar voor een ander. Soms is het iets wat vanbinnen is gegroeid, zoals vertrouwen of moed, of het besef dat wat ik lange tijd heb gedragen inmiddels zijn tijd heeft gehad.
Mijn blik gaat weer naar de takken die zo diep doorbuigen. Wat prachtig dat de boom zoveel vruchten heeft voortgebracht en wat bijzonder dat er ook een moment komt waarop hij ze weer mag loslaten. Zoals straks zijn bladeren zullen vallen die hem de hele zomer hebben geholpen om te groeien. Ik denk aan alles wat wij soms met ons meedragen, aan ervaringen die ons hebben gevormd en aan wat we daarvan willen bewaren. We mogen meenemen wat ons voedt en langzaam loslaten wat te zwaar is geworden.
Ik neem nog een slok van mijn thee en kijk hoe de damp boven mijn kopje opstijgt, even zichtbaar blijft in de koele herfstlucht en dan langzaam oplost. Voor mij glanzen de appels nog altijd in het warme licht van de zon. Nog even hangen ze daar, zwaar en rijp aan de takken.
Tot het tijd is om los te laten en te oogsten.



